dinsdag 13 november 2012

Sophie Droeghaag op pad met Janneke - de lampetkan



In de derde week dat Janneke op pad is, is ze bij mij op bezoek geweest.
Samen met Janneke ben ik op bezoek geweest bij mijn moeders tante, want zij had nog een oude lampetkan. Die is van mijn oma geweest.
Een lampetkan werd vroeger gebruikt om je mee te wassen.

Het lampetstel
Een bad of een douche kenden ze vroeger nog niet. Het lampetstel bestond uit een waskom, een waterkan en een zeepbakje van aardewerk of porselein. Het was effen of versierd met een bloemenrand. Er hoorde ook een toiletemmer bij. Het gebruikte water ging daarin en werd weggegooid in de gootsteen.
Nu draai je gewoon de kraan open en is er zowel koud als warm water.

 
Baden
Dat ging met nogal wat moeite gepaard, zeker in grote gezinnen met opgroeiende jongens en meisjes. Ze moesten om de beurt in hetzelfde badwater. Dit werd maar 1 keer gevuld met warm water, dat water werd eerst op de kachel verwarmd.
In de meeste gezinnen was er ook maar 1 handdoek voor het hele gezin.
Maar soms waren er wel 2: een witte voor het gezicht en een bonte voor de handen. Meestal was er ook maar 1 washandje voor het hele gezin.

Het was dan natuurlijk ook makkelijker om je helemaal niet te wassen.
Sommige mensen dachten ook dat wassen schadelijk was voor de gezondheid. Als in die tijd mensen opgenomen moesten worden in het ziekenhuis, werden ze sowieso eerst gewassen.
Er waren ook mensen die dit per sé niet wilde. Er was namelijk een gezegde in die tijd, dat fatsoenlijke mensen maar 2 keer in hun leven worden gewassen; 1 keer bij hun geboorte en 1 keer na hun dood. 


Later begonnen de mensen zich wat meer te wassen. Zij wasten hun gezicht , hun nek en hun armen iedere morgen.

Nu heeft iedereen de luxe van een douche of een bad. Het is voor ons ook heel normaal om je zeker 1 keer per dag te douchen.



woensdag 7 november 2012

Fleur Visser op pad met Janneke - de mijnlamp



In de tweede week dat Janneke op pad is, is ze bij mij op bezoek geweest.
Samen met Janneke ben ik op zoek gegaan naar een lamp! Dit is niet mijn lamp, maar de lamp van mijn opa, een MIJNLAMP!
Deze mijnlamp werd vroeger gebruikt in de "Staatsmijn Emma".
In het begin was er geen licht in de mijnen, maar nadat men met vuur om kon gaan in de mijn heeft men kaarsen, vetschaaltjes, olielampen en carbidlampen gebruikt. 



 



Carbidlampen




In de 19e eeuw gebruikte men het gas in de carbidlampen  voor de verlichting van de huizen en voor de tunnels in de mijnen. Het gasvormige hydrocarbonaat is kleurloos, het is onstabiel, hoog ontvlambaar en het produceert een zeer hete vlam in de aanwezigheid van zuurstof. Deze hete vlam geeft een helder wit licht.








 De mijnwerkers lamp
Mijnwerkers droegen rondom hun hoofd meestal een band met daarop een lamp.
Deze amp kon van de batterij afgeschoven worden en dat stukje van de lamp werd op
de helm van de koempel ( Limburgs voor mijnwerker ) geklikt waarmee zij gericht op hun werk konden schijnen.