dinsdag 29 januari 2013

Karijn den Teuling ging op pad met Janneke - de duivenklok



Deze week was Janneke bij mij thuis om te kijken naar de duivenklok.

Bekijk hier het filmpje van Karijn.





Waarom heb ik voor de dit voorwerp gekozen?
Ik heb voor de duivenklok gekozen, omdat mijn opa al 65 jaar duiven heeft en vroeger ook mee heeft gedaan aan wedstrijden, waarbij hij deze klok heeft gebruikt.

Hobby van mijnwerkers

Vroeger toen de mannen nog in de mijnen werkten, hadden velen als hobby postduiven. De mensen die duiven hielden, werden duivenmelkers genoemd, in het Limburgs dialect heet dat "doevenpiet".


Duivenhok van de opa van Karijn

Wedstrijden

Door de week worden de duiven heel goed verzorgd door hun baasje. In het duivenseizoen (april tot en met september) worden de duiven op elke vrijdag naar het café gebracht (inzetlokaal). Alle duiven worden bij elkaar gezet in een aluminium korf, dan worden ze met een vrachtwagen naar België of Frankrijk gebracht. Op zondagmorgen werden de duiven losgelaten, om weer zo snel mogelijk naar huis te vliegen.
Ringetjes met identiteitsbewijzen van de duiven



Hoe werd de klok gebruikt?

Alle duiven hadden een rubber ringetje om een poot, met daarop op een nummer. Bij bij het ringetje hoorde ook een kaartje, waarmee je kon bewijzen dat de duif van jou was. Als de duiven thuis aankwamen werd het ringetje door de duivenmelkers van het pootje gehaald en in de duivenklok gestopt. De duivenklok is super belangrijk voor de duivenmelkers. Als het ringetje in de klok zit, draait de duivenmelker aan de sleutel op de klok, zo kun je op een rol papier, die in de klok zit, een afdruk maken. Van die afdruk kun tot op de seconde aflezen hoe laat de duif is thuisgekomen en kun je ook zien welke duif precies als eerste aankwam.



Winnaar van de wedstrijd

Als alle duiven thuis waren aangekomen, werd de klok weer terug naar het café gebracht, daar werd gekeken of er niet was vals gespeeld. De duif die als eerst is aangekomen, is de winnaar en de duivenmelker van wie de duif is, krijgt een prijs.



Tegenwoordig wordt er een elektrische klok gebruikt voor wedstrijden. Je moet deze klok aansluiten op een computer en daar wordt gekeken hoe laat de duiven aankwamen.
 
Electrische duivenklok

 

zondag 27 januari 2013

Daphne Debije ging op pad met Janneke - de mijnlamp


Bekijk hier het filmpje van Daphne


De mijnlamp werd door opzichters gebruikt om mijngas te meten. Dat gebeurde met een vlam.
Als de vlam steeds groter werd en dan uitging betekende dat dat er te veel mijngas was. Dit werd ook gemeten met witte muizen en kanaries, als ze die dood vonden, dan betekende het ook dat er te veel mijngas was. Mijngas is kleur- en geurloos, dus je kon het niet anders merken.
Als er werd gemeten dat er te veel mijngas was, dan werd er meer frisse lucht toegevoegd en het gas werd afgezogen.
Dit gas werd dan door gele gasleidingen naar verwarmingen van huizen gestuurd. Als er een gasontploffing kwam, hadden ze daar als voorzorgsmaatregel stof op planken gelegd (stofgrendels) als er dan door de luchtverplaatsing trillingen kwamen begon het dwarrelen en het stof doofde dan vuur.
Bruinkool
Bruinkool werd boven de grond afgegraven en dan door machines geperst.
De laag bruinkool lag op ongeveer op 10 meter diepte. De diktes van de laag varieerden.
Bruinkool werd gebruikt in huishoudens en centrales voor verwarming.


Steenkool
Je hebt verschillende lagen en je herkent de steenkoollagen doordat die zwart zijn. Steenkool werd eerst met pikhouweel los geslagen en daarna met een afbouwboor. Als de mijnwerkers genoegen  kolen hadden, moesten ze de kolen met water besproeien om kolen stof tegen te gaan. Daarna schepte ze het op een transport band of schudgoot. De schudgoten komen uit op een transportband,
en de transportband brengt ze dan verder naar de kolenwagens. Zo kwamen ze bovengronds.

Zo werden de kolen in
de wagens gedaan
Steenkool

woensdag 16 januari 2013

Milou Schiepers ging op pad met Janneke - de platenspeler

Bekijk hier het filmpje van Milou




Het ontstaan van de platenspeler
Het begint in 1877 wanneer Thomas Alva Edison bezig is met het uitvinden van een
dicteermachine. Zo ontstaat er een Fonograaf. De fonograaf bestaat uit een cilinder met een
stukje tinfolie er omheen. Daarop een trechter met daaraan een naaldweergever.
Edison verbetert zijn Fonograaf, want zo heeft hij het apparaat inmiddels genoemd, door een
veermotor aan te brengen voor een gelijke snelheid en door de afspeelduur te verlengen tot 4
minuten
1889
Emile Berliner vindt de grammofoonplaat uit.

Berliner grammafoon

1925
Nadat er vele jaren alleen akoestische opnames zijn gemaakt, begint men in 1925 met
elektrische opnames. De kwaliteit wordt daardoor een stuk beter.
1950
De langspeelplaat komt op de markt. Deze is net zo groot als de 30 cm 78-toeren plaat van de
voorgaande jaren. Hierdoor krijgen de platenspelers er een tweede toerental bij namelijk 33
toeren. In Amerika zijn ze vanaf 1939 bezig met het ontwikkelen van een 45-toeren single
gemaakt van kunststof. Deze is niet meer breekbaar en de geluidskwaliteit wordt ook een stuk
verbeterd.
45-toeren wisselaar
1953
In Nederland komt de 45-toerenplaat uit. Het schijfje van 17cm moet de breekbare 78
toerenplaat gaan vervangen. Dit duurt nog tot 1956. De pickups (is een ander woord voor
platenspeler) krijgen er weer een snelheid bij. De oude twee snelheden worden vervangen door
drie snelheden: 33, 45 en 78 toeren. De nieuwe singles kan men met de LP naald draaien.
De platenwisselaar zijn ook in opmars. Vooral bij dansscholen, waar ze 10 singles kan plaatsen
op de wisselaar zodat men lang muziek heeft.
Ook radiomeubels worden voorzien van een wisselaar. Vooral handig met de toen populaire
opera's.
1958/1959
De stereoplaat komt uit. Alweer een verbetering. De (mono) koffergrammofoon met
ingebouwde versterker krijgt een extra uitgang waarop een radiotoestel aangesloten wordt als
tweede kanaal om het stereo geluid te kunnen horen. Monoplaten kan men gewoon blijven
afspelen op het apparaat via de ingebouwde mono versterker.
In 1961 wordt de stereoversterker in de grammofoon geplaatst. Ook Hi-Fi is in opmars, en
duurdere platenspelers.
1959
De laatste schellak 78-toeren plaat komt uit de pers.
1972/1975
De pickups worden beter door lichtere armen en elementen, de naalddruk loopt terug.
1982
In dit jaar wordt de Compact Disc ontwikkeld, dus de CD
1992
De LP en 45-toeren plaatjes verdwijnen, en daarmee verdwijnt na meer dan honderd jaar de
grammofoonplaat.

Wat is een platenspeler?
Een platenspeler (ook draaitafel, grammofoon of pick-up) is een apparaat om
grammofoonplaten af te spelen. De eerste grammofoons bevatten een opwindmechanisme om
de plaat te kunnen laten draaien en een hoorn om de trilling van de naald mechanisch te
versterken.
Moderne grammofoons bevatten een nauwkeurige en gestabiliseerde elektromotor om de plaat
te kunnen laten draaien en nemen de trilling van naald op met een element. Middels een
versterker wordt het kleine elektrische signaal elektronisch door bijvoorbeeld een luidspreker
weergegeven.




Techniek
De naald bevindt zich aan het einde van de naalddrager. De oorspronkelijke platenspelers
hebben een metalen naald. Deze grammofoons spelen platen af met brede groeven op een
snelheid van 78 toeren. De uitslagen van de naald worden mechanisch versterkt en hoorbaar
gemaakt. De naald slijt snel en moet na elke plaat worden vervangen.
Later werden de bewegingen van de naald elektronisch versterkt. De naalddruk kon nu veel
minder worden en de naald werd van saffier of diamant gemaakt. Doordat diamant harder is
dan saffier, gaan diamanten naalden veel langer mee (circa 2000 speeluur), en is daardoor
beter voor de plaat, omdat de plaat minder vaak met een (bijna) versleten naald wordt
afgespeeld. Het hele element werd vervangbaar.
De platen die je gebruikt voor de platenspeler zijn gemaakt van vinyl. je hebt twee soorten
platen de langspeelplaten ofte wel LP´s en de singletjes.

Hieronder een langspeelplaat en een singletje.

Langspeelplaat

Single

zondag 6 januari 2013

Audrey Frings ging op pad met Janneke - weegschalen

Janneke met de weegschalen


Brievenweger
Een brievenweger van vroeger werd gebruikt om post te wegen. Om te weten hoeveel postzegels je
moest plakken, moest je eerst weten hoeveel het poststuk woog.
Als de post erop ligt zoals je op deze foto ziet, kun je onderaan op de schaalverhouding lezen
hoeveel gram de post weegt.
Dan weet precies hoeveel postzegels je moet plakken.

















Unster
Een unster werd gebruikt om zakken meel en dergelijke te wegen.
De zak wordt aan de haak bevestigd. De unster wordt ergens aan opgehangen of je houdt hem vast.
Op de schaalverdeling kun je aflezen hoeveel kilogram de zak weegt.
De unster werd ook gebruikt om baby's te wegen. De baby's werden dan in een doek aan de unster
gehangen.
Zoals je op deze foto ziet heb ik Janneke gewogen op de manier van vroeger met de unster.


Balansweegschaal

Een balansweegschaal werd gebruikt om allerlei verschillende kleine voorwerpen te wegen.
Het voorwerp werd op het ene schaaltje gezet en op het andere schaaltje werden gewichtjes
geplaatst totdat de weegschaal in balans was. Dat kon je zien als de schaaltjes op precies de gelijke
hoogte hingen. Aan de hand van het totaalgewicht van de gewichtjes kon je zien hoeveel het
voorwerp woog. Er zijn gewichtjes van 1 ons en 50 gram en dergelijke, die zie je op deze foto.
 


Op deze foto heb ik een willekeurig zakje gewogen en met gewichtjes vergeleken. Hij bleek 18 gram
te wegen.


Waarom heb ik voor deze voorwerpen gekozen en hoe ben ik eraan gekomen?
Ik ben op dit idee gekomen doordat mijn opa de weegschalen in zijn huis had staan. Mijn opa heeft deze weegschalen vroeger gebruikt.
De unster en de brievenweger gebruikte hij op zijn werk en mijn opa vond het leuk om deze spullen te bewaren.
Ik heb deze voorwerpen gekozen omdat ik het leuk vond om het verschil te laten zien tussen de manier waarop ze vroeger dingen deden wegen en de manier waarop we dat nu doen, met de digitale weegschaal.

donderdag 20 december 2012

Lisa van Haandel ging op pad met Janneke - wasbord



Deze week was Janneke bij mij. Ik heb gekozen als historisch voorwerp voor het wasbord. (De officiële naam voor het wasbord is wasbret).

Het wasbord is de voorloper van de wasmachine, aan het eind van de 17e eeuw is het wasbord ontstaan. Voordat het wasbord is ontstaan, deden de mensen wassen in de rivieren gewoon met de hand. Dit doen de mensen in arme landen nog steeds. Vroeger werd het wasbord gebruikt om met de hand te wassen. De was werd op de plaat gelegd en met een borstel en zeep werd er dan overheen geschuurd. In sommige landen zoals India en Afrika word het wasbord nog steeds gebruikt.



 



Vroeger, rond de 19e eeuw, deden mensen altijd op de maandag voorwassen, , 's avonds werd de was gekookt in een wasketel op het fornuis, 's nachts moest de was schoontrekken en op dinsdag werd de was goed gewassen met het wasbord. Dit deden vroeger alle vrouwen op elke maandag en dinsdag. Dit waren de wasdagen. Mijn oma vertelde dat op deze dagen overal de was buiten hing. 
 
Het wasbord bestaat uit een stalen plaat met ribbels met daaromheen een houten lijst. De afmeting van een wasbord is ongeveer 30 cm bij 40 cm. Vóór de 19e eeuw waren de ribbels van het wasbord van hout. Tegenwoordig worden er wasborden van koper gemaakt, die muzikanten vaak ook nog gebruiken om muziek te maken. 

Hoe gebruik je een wasbord?
Het wasbord wordt in een zinken tijl (een soort groot zinken bad) met water gezet, de bovenkant van het wasbord zette je tegen je aan zodat het niet kon omvallen. De was leg je op het ribbel gedeelte, daarna deed je de zeep op de was en ging je met een harde borstel over de was heen, als de vlekken er ver uit waren, ging je nog met de was zelf over de ribbels heen totdat de was helemaal schoon was.