maandag 20 mei 2013

Nic Bennett ging met Janneke op pad - het oude strijkijzer

Bekijk hier het filmpje van Nic






In de 16de eeuw verschenen de echte strijkijzers. De eerste waren heel simpel: platte stukken metaal, taps toe- en soms uitlopend, met een greep. Ze werden op de kachel of boven open vuur verhit, zodat de greep haast net zo heet werd als de onderkant. Het handvat werd daarom soms omwikkeld met leer of textiel, daardoor verbrandde je je handen niet snel.

Om zonder pijn en brandwonden te kunnen strijken, zijn in de loop van de tijd heel wat slimme trucs bedacht. Sommige strijkbouten kregen heel hoge staanders, zodat de greep ver verwijderd was van de het onderkant. Andere werden tussen voet en greep voorzien van isolatiemateriaal tussen de bevestigingspunten, stukjes asbest bijvoorbeeld.




De oudste strijkijzers bleven niet lang heet. Lekker doorwerken was er dus niet bij. Daarom was het zaak, 'meer dan één ijzer in het vuur te hebben.

Er werden zelfs speciale kacheltjes voor gemaakt, met platte zijkanten waar tegenaan men minstens vier strijkijzers tegelijk kon verhitten. De aanvoer van de noodzakelijke zuurstof en de afvoer van de rook vonden meestal plaats via openingen in de zijkanten. Er zijn echter ook strijkijzers met een echt schoorsteentje gemaakt. Dat stond rechts buitenboord om de hand van de strijkster te sparen.



Waarom heb ik voor dit voorwerp gekozen?

Ik heb gekozen voor de strijkbout, omdat mijn overgrootmoeder deze aan mijn oma gaf. En ik zag het een keer staan bij mijn oma. Mijn overgrootmoeder deed vroeger bij een rijke familie de was en de kleren maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen